Op zwart zaad zitten, zo heet dat als de portemonnee leeg is en de vooruitzichten schraal. Bij De Opschepper is dat andersom: wij zitten juist tot over de rand in het zwarte zaad, en het witte, en alles wat daartussenin kleurt. Drie zaadjes die klein zijn van formaat maar frappant veel te vertellen hebben: chiazaad, nigella en maanzaad. Geen van drieën is een dagelijkse hoofdrolspeler in de Nederlandse keuken, en dat is jammer, want ze verdienen meer dan een schuchter rolletje in de marge.
Chiazaad: de zwelger onder de zaden

Chiazaad komt oorspronkelijk uit Midden-Amerika, waar het al eeuwenlang deel uitmaakt van het menu. Het meest opvallende kunstje: leg het zaadje in vocht en binnen een kwartier ontstaat een geleiachtig omhulsel. Die eigenschap, aan slijmstoffen te danken, maakt chiazaad geliefd voor puddingen, als bindmiddel in bakwerk of als eivervanger in plantaardig gebak.
De plantaardige omega-3 waar chiazaad om bekendstaat, zit erin in de vorm ALA. Hoeveel het lichaam daarvan daadwerkelijk gebruikt zoals het dat met vis doet, is voor iedereen anders. Sowieso overeind geeft het structuur, vulling en een aangenaam knapperige bite aan alles waar je het doorheen mengt.
Weetje: chiazaad kan tot wel twaalf keer zijn eigen gewicht aan vocht opnemen. Zet een lepel in een glas water en kijk er over een uurtje nog eens naar — een klein experiment met een waarachtig verrassend resultaat.
Nigella: het zaadje met de identiteitsverwarring
Nigella, ook wel zwarte komijn of kummel genoemd, is botanisch gezien geen familie van beiden — verwarrend, dus, maar nigella zaad heet in het Latijn Nigella Sativa. Op het plaatje zie je boven komijnzaad, en onder nigella.
De smaak is pittig, licht bitter, met een vleugje oregano en ui. In het Midden-Oosten en Zuid-Azië is het niet weg te denken van het brood: strooi het over een deegje vlak voor het de oven ingaat en de korst krijgt karakter. Ook door linzengerechten, yoghurtsauzen of over een schaal gebakken groente geeft het meteen een heel ander register.
Weetje: in oude Egyptische en Griekse geschriften duikt nigella al op als kruiderij van aanzien. Er wordt zelfs beweerd dat er een potje van gevonden is in het graf van Toetanchamon, al is de precieze toedracht daarvan tot op heden onbevestigd.

Maanzaad: de Nederlandse huisvriend die niemand kent

Terwijl chia en nigella nog wat exotisch aandoen, ligt maanzaad al generaties lang gewoon in de broodtrommel. Denk aan het maanzaadbroodje van de bakker, of de gedraaide plak cake met een streepje blauwzwart doorheen. Ongeroosterd is de smaak mild en licht nootachtig; kort verhit in een droge pan komt er een intensere, aardse toon bovendrijven die uitstekend past bij zowel zoet als hartig, van een simpele boterham tot een deeg voor koek.
Weetje: één klein papaverbolletje herbergt, net als de gewone klaproos, duizenden zaadjes tegelijk, en een enkele gram maanzaad telt er alweer zo’n drieduizend. In tal van culturen gold het zaadje daarom van oudsher als een teken van overvloed en vruchtbaarheid — een handjevol staat immers al voor duizenden nieuwe kansen.
Tel je zegeningen
Drie zaadjes, drie werelddelen, drie volstrekt verschillende toepassingen — en geen ervan hoort thuis in het verdomhoekje. Bij De Opschepper wegen we ze zorgvuldig af in onze papieren zakjes, zodat je precies meeneemt wat je nodig hebt, niet meer en niet minder. Op zwart zaad zitten wij dus allerminst. Eerder in overvloed, en dat tellen we graag als een zegen.
