(en één ding dat je niet verwachtte)
Toegegeven. Als er een zak kokosrasp opengaat, staat er altijd wel iemand te snuiven. Dat zoete, romige, licht nootachtige aroma trekt gewoon aan. En terecht — kokosrasp is een van die ingrediënten die stiekem veel meer te bieden heeft dan zijn geurtje alleen.
Van palmtop tot papieren zak

Kokosrasp is het gedroogde, geraspte vruchtvlees van de kokosnoot — vrucht van de kokospalm (Cocos nucifera), die het liefst voet aan de grond heeft op warme, vochtige plekken dicht bij de evenaar. Sri Lanka, de Filippijnen, India, Indonesië: grote producenten allemaal. De kokos in jouw havermout heeft dus een behoorlijk bewogen leven achter de rug voordat wij het verpakten in Zutphen.
Wat zit erin?
Kokosrasp is rijk aan vezels en bevat mangaan, koper en seleen. Het vet bestaat grotendeels uit verzadigde vetten — met name laurinezuur, dat volop in de belangstelling staat. De glycemische index is relatief laag, wat hem populair maakt in suikerarmere bereidingen. Met mate eten, maar als onderdeel van een gevarieerd eetpatroon prima te combineren met havermout, yoghurt of zelfgebakken koekjes.
Wist je dit?
De kokosnoot is officieel vrucht, noot én zaad tegelijk — botanisch gezien een steenvrucht, net als een perzik. Die drie donkere ‘ogen’ aan de bovenkant zijn de kiemgaten. En precies die harige ballen met ogen vonden Portugese zeelieden in de 15e eeuw zo griezelig, dat ze het ding coco doopten — boeman. Wij vinden hem inmiddels een stuk aantrekkelijker.
Wat doe je ermee?
Strooi, meng, rooster. Over yoghurt, door energieballen, als paneerkorst, in koekjes. Wil je meer diepte? Droog roosteren in een koekenpan op laag vuur — goudbruin, nootachtiger, en je keuken ruikt als een bakkerij aan het strand. Bij De Opschepper scheppen we hem gewoon in een papieren zak. Eerlijk en lekker, zonder omwegen, en deze maand in de aanbieding!

