pittig, zoet en ouder dan Columbus
Er zijn ingrediënten die direct de menigte verdelen. Gember is er zo een. Je bent er ofwel horendol op, of je trekt je neus op zodra de geur je tegemoet waait. Maar gekonfijte gember? Die bekeert zelfs de aarzelenden. Die samenspanning van scherp en zoet, dat zachte bijten gevolgd door een vurige gloed — het is gewoon snoep. Eerlijk snoep, met een behoorlijk merkwaardig verleden.
Waar komt het vandaan?
Gember stamt uit Zuidoost-Azië — China, India, Maleisië — en behoort tot de oudste bekende specerijen ter wereld. De naam zingiber is Sanskriet en betekent ‘stierenhoorn’, vanwege de geknobbelde vorm van de wortelstok. Via Arabische kooplieden bereikte gember het Midden-Oosten en Europa, en in de middeleeuwen behoorde het tot de meest begeerde specerijen van het continent.

Het konfijten — het langzaam garen van de verse wortelstok in suikersiroop tot hij zacht en doorschijnend is — is een eeuwenoude manier van bewaren. Zo kon gember de lange zeereis van Azië naar Europa overleven zonder te bederven. Wat wij nu als een traktatie beschouwen, was ooit puur vernuft in dienst van de houdbaarheid.
Wat zit erin?
Verse gember is een rijke bron van vitamine C, B-vitamines, calcium, ijzer, kalium en magnesium. De smaak en de werking komen van gingerol en shogaol, de werkzame stoffen die gember zijn onmiskenbare karakter geven. Bij de gekonfijte variant telt de suiker die tijdens het konfijten wordt opgenomen mee: per 20 gram zit er circa 13 gram suiker in. Als vlot tussendoortje, smaakmaker in een recept, of dat ene blokje bij de thee is het heerlijk — met gevoel voor maat, zoals met alles wat zoet is.
Het leukste weetje
In de middeleeuwen was gember letterlijk goud waard — of nauwkeuriger gezegd: schaap waard. Vijfhonderd gram gember had toentertijd dezelfde waarde als een levend schaap. Echt niet overdreven: gember was zo zeldzaam en kostbaar dat het als betaalmiddel fungeerde en op de meest uitgelezen bankettafels van Europa verscheen. Alleen de vermogendsten konden zich een schepje veroorloven.
Vandaag de dag haal je het gewoon bij De Opschepper — en hoef je er echt geen schaap voor in te leveren.

Wat doe je ermee?
Gekonfijte gember is heel veelzijdig. Eet het puur als vurig snoepje bij de thee, hak het fijn door koekjesdeeg of een cake, roer het door yoghurt met een straaltje honing, of verwerk het in een zelfgemaakte chutney bij rijpe kaas.
Wil je iets dat indruk maakt? Smelt wat pure chocolade, doop de blokjes erin en laat ze uitharden op bakpapier. Chocolade-gemberconfiserie — in een kwartier klaar, met het gezag van een patissier.
Bij De Opschepper scheppen we de gembersnoepjes losgestort voor je uit — geen plastic potjes, geen overtollige verpakking. Gewoon dat zoete, prikkelende stukje wortelstok in een papieren zak, klaar om jouw keuken een vonkje te geven.



