Proef de Topschepper van oktober
Kastanjemeel is gemalen, gedroogde tamme kastanje: zoet, nootachtig en bij ons ook opvallend gepoft van toon. Wie ooit in de herfst door een Franse stad heeft geslenterd, herkent die geur meteen. Op de hoek van de straat staat een verkoper bij een zwartgeblakerde ton vol gaatjes, met gloeiende kolen eronder en kastanjes die knappen en openbarsten. Châtaignes chaudes, in een papieren puntzak, te heet om vast te houden en te lekker om te laten liggen. Ons kastanjemeel van de Opschepper komt uit Frankrijk, en een zweem van die ton zit gewoon in de zak.
Waarom smaakt kastanjemeel soms gepoft of rokerig?
Die toon komt van het drogen boven een houtvuur. Verse kastanjes bestaan voor bijna de helft uit water, en om ze de winter door te krijgen, lagen de kastanjes op vlonders terwijl er wekenlang een vuur van nog groen kastanjehout onder smeulde. Geen vlammen, alleen gloed en rook, en de kastanjes werden regelmatig gekeerd voordat ze gepeld en gemalen werden.

Smaakt elk kastanjemeel uit Frankrijk rokerig?
Nee, en daarom kan de smaak per partij verschillen. Sommige producenten drogen nog op de klassieke manier boven houtvuur, gedurende drie tot vijf weken. Anderen gebruiken wel hout als brandstof, maar drogen hun kastanjes buiten de rook: de warmte komt dan uit een houtgestookte ketel. Dat levert een fijn, discreet zoet meel op zonder rooktoon. Zit er in een oogst meer rook of minder, dan proef je dat in de zak.
Wat maak je met kastanjemeel?
In de Cevennen, in Frankrijk was kastanjemeel lange tijd een basisvoedsel dat een hele streek door de winter hielp. Er werd pap van gekookt, brood mee gebakken en er werden dunne galettes van gemaakt. Die laatste hebben wij onder handen genomen, met een vulling die de gepofte toon van ons meel alle ruimte geeft.

Recept: galettes van kastanjemeel met paddenstoelen, salie en bruine boter
Dit is een recept voor een grauwe oktoberzaterdag, als de keuken warm mag worden en iedereen wil meehelpen. Het beslag is kinderlijk eenvoudig: meel, water, een snuf zout.
Weeg 250 gram kastanjemeel af in een kom en laat een kleine hulpkok er met een garde langzaam zo’n 350 milliliter koud water door kloppen, met een flinke snuf zout erbij. Kastanjemeel klontert graag, dus giet het water in scheutjes en klop geduldig tot je een glad, lobbig beslag hebt, iets dikker dan gewoon pannenkoekbeslag. Wie de galettes wat malser wil, vervangt een deel van het water door melk, zoals ze in de Cevennen ook doen. Laat het beslag een halfuur rusten; het meel zuigt het vocht op en wordt soepeler.
Intussen de vulling. Scheur 400 gram paddenstoelen in stukken, een mengelmoes van kastanjechampignons, oesterzwammen en shiitake is prachtig, en bak ze in een hete, droge pan tot ze hun vocht loslaten en daarna goudbruin kleuren. Pas dan gaat er een klont boter bij, fijngesneden knoflook en een handvol salieblaadjes. Laat de boter zachtjes doorbruinen tot hij naar hazelnoot ruikt en de salie knispert. Hier zit de truc: bruine boter en krokante salie hebben zelf een geroosterde kant. Is je meel van de gepofte soort, dan versterken ze elkaar. Is het milder, dan brengt de pan die toon alsnog op tafel.
Bak de galettes in een ingevette koekenpan op middelhoog vuur: een kleine pollepel beslag, uitschuiven tot een dun rondje, na een minuut of twee keren. Ze worden gespikkeld en bruin, en de keuken ruikt ineens naar die Franse straathoek. Stapel ze onder een theedoek zodat ze soepel blijven.
Aan tafel vult iedereen zijn eigen galette: een lepel verse geitenkaas of ricotta, paddenstoelen erop, oprollen of dubbelvouwen. Wie liever zoet eet, neemt de kaas met een lepel honing en dunne plakjes appel of peer.
Veelgestelde vragen over kastanjemeel
Kan ik kastanjemeel één op één vervangen door tarwemeel?
Nee. Kastanjemeel mist de gluten die deeg rekbaar maken, dus brood of cake van puur kastanjemeel valt compact uit. Franse producenten adviseren in gebak meestal een derde kastanjemeel op twee derde tarwemeel. Voor galettes en pap gebruik je het puur.
Waarom smaakt de ene zak kastanjemeel rokeriger dan de andere?
Dat hangt af van de droging: kastanjes die in de rook van een houtvuur drogen, krijgen een gepofte toon; kastanjes die met warme lucht buiten de rook drogen, blijven milder en zoeter. Oogst en jaargang spelen ook mee.
Hoe bewaar ik kastanjemeel?
Koel, droog en donker, in een goed afgesloten pot. Door de natuurlijke vetten en suikers ruik je snel wanneer het meel over zijn beste tijd heen is; vertrouw op je neus.
Welke smaken passen bij kastanjemeel?
Alles wat aards of geroosterd is: paddenstoelen, salie, rozemarijn, bruine boter, pompoen, walnoten, pure chocolade, appel en peer.
